Een bijenvolk overzetten op de kleine celmaat: een handleiding

raamafstand hart op hart 32 millimeter

Overweeg je om je bijenvolken over te zetten op de kleine celmaat, dan moet rekening houden met 3 dingen:

1. Verkleinen van de celmaat van 5.4mm naar 4.9mm

slecht uitgebouwde waswafel
slecht uitgebouwde waswafel

Dit is natuurlijk de belangrijkste stap… en de lastigste!

De ‘grote’ werksters kunnen met hun groot lichaam geen kleine cellen uitbouwen omdat ze er zelf te dik voor zijn. Een bijenvolk dat gewend is op 5,4mm te wonen, kan je dus niet gewoon waswafels van 4,9mm geven. Dan krijg je ramen die heel slecht opgebouwd worden, met een mikmak van cellen die allemaal een verschillende grootte hebben.

De oplossing is dat je moet werken met een tussenstap, namelijk met waswafels met een doormeter van 5,1mm. Zodra er enkele generaties bijtjes geboren zijn op deze kleinere celmaat, dan pas kan je waswafels van 4,9mm laten uitbouwen.

En waar vind je dan waswafels met 5,1mm celmaat?

Waswafels met een exacte celmaat zijn moeilijk te vinden. Zelfs al staat er 5,1mm of 4,9 mm op de verpakking, dan nog moet je best eerst nameten wat de exacte celmaat is. Dit moet je trouwens doen in 3 richtingen. Gegoten waswafels behouden hun vorm, maar gewalste waswafels zijn een beetje langer in de lengte waardoor de doormeter van de cel in 1 richting langer is.

Op de foto rechts zie je een waswafel waarvan de celdoormeter 4,9mm had moeten zijn. Niet dus…

Waswafel met de kleine of kleinere celmaat - in dit geval 5,05 mm - meten per 10 cellen
Waswafel met de kleine of kleinere celmaat – in dit geval 5,05 mm en niet 4,9 mm – meten per 10 cellen

Om het probleem van de juiste celmaat te omzeilen, hebben sommige producenten de lollige oplossing gevonden om de celmaat uit te drukken in: 900 cellen per 10 cm² of 1000 cellen per 10cm². Neem dan zeker je meetlat mee naar de winkel om goed te onderzoeken wat je koopt.

2. Verkleinen van raatafstand van 37mm naar 32mm

Deze stap wordt vaak vergeten. Grappig zelfs dat je wetenschappelijke onderzoeken leest waarin staat dat de kleine cellen niet werken, maar op de foto’s van hetzelfde onderzoek zie je dan de broedbakken waar de ramen op 38 mm (NL) of 37 mm (BE) staan. Wederom, het gaan niet over die kleine cel alleen, het gaat om dat compacte broednest, met alle gevolgen van dien (warmer, kortere broedduur,…).

Aanpassing van het raam

De raatafstand hart op hart moet teruggebracht worden naar 32 mm. Om de juiste afstand te garanderen, sla ik in elk raam op 4 plaatsen een kram of kopnagel zodat de totale breedte net 32 mm is. Vermits niet elk raampje uit even brede latten gemaakt is, meet ik elk raampje opnieuw af.

raamafstand hart op hart 32 millimeter
kortere raatafstand bovenaanzicht
kortere raatafstand bovenaanzicht
kortere raatafstand zijaanzicht
kortere raatafstand zijaanzicht

ik gebruik een modelraampje om ervoor te zorgen dat alle krammen of afstandshouders op dezelfde plaats zitten.

Aanpassing van de broedbakken

In de broedbakken zitten kamijzers en afstandshouders. Die zijn natuurlijk niet compatibel met het imkeren met een kleine raatafstand. Een handige oplossing is om deze kamijzers gewoon om te draaien. Opgelet, nu gaan in simplex broedbak niet 11 maar 12 ramen!

Draai de kamijzers om zodat je 12 in plaats van 11 ramen in een simplex broedbak krijgt
Draai de kamijzers om zodat je 12 in plaats van 11 ramen in een simplex broedbak krijgt

3. Wat kan er misgaan?

De bijen willen de kleinere celmaat maar niet uitbouwen

Sommige bijenvolken weigeren hardnekkig om kleine cellen uit te bouwen. Raam na raam weigerden de bijen om de kleinere celmaat op te bouwen. Blijkbaar is soms de overgang te groot. Het helpt als je in zo’n volk in het broednest een uitgebouwd raam hangt met een kleine celmaat. Als er al een klein gedeelte van de bijen uit een kleinere celmaat komt, dan hebben ze minder moeite om waswafels uit te bouwen met een kleinere celmaat.
Het probleem niet is dat de koningin niet kan leggen in de kleine cellen! Het zijn de werksters die zelf te groot zijn om kleine cellen te bouwen. Heb je dus een aantal uitgebouwde raampjes met kleine cellen, dan kan je deze gebruiken om een (kunst)zwerm te huisvesten. De koningin begint onmiddellijk te leggen en de werksters die hieruit geboren worden kunnen zelf kleine cellen uitbouwen.

Opgelet voor een darrenbroedig volk

Dan had ik eindelijk een volkje dat op 4,9mm zat, maar in het vroege voorjaar ontdekte ik dat er ondertussen leggende werksters volop darren aan het grootbrengen waren. Natuurlijk zijn de kleine cellen niet groot genoeg voor darren, dus de bijen hadden heel het raampje vakkundig omgebouwd tot een mengelmoes van celmaten, waarbij de meeste kleine cellen vakkundig weggewerkt waren…opnieuw beginnen dus…

Van 2 naar 1 broedbak

Sinds 2 jaar imker in niet meer op 2 broedbakken, maar op 1 broedbak. Vooral het wegnemen van de kamijzers zorgt voor wat problemen met 2 broedbakken. Als je een raampje eruit neemt uit de bovenste broedbak, dan bewegen de raampjes onderaan mee. De volkjes zijn iets kleiner, maar ik ondervind voor de rest weinig verschil. Reizen met de bijen wordt ook wat lastiger als de raampjes niet vastzitten. Ook Ben Som de Cerff doet aan “eenbaksimkeren” met zijn volken op 4,9mm cellen.

Hoe darrencellen voorkomen?

Wanneer een volk nieuwe waswafels moet uitbouwen met kleine cellen, voorzie ik genoeg ramen om darren aan te zetten. Als een volk voelt dat er genoeg darren aanwezig zijn, dan bouwt het werkstercellen keurig uit zonder hier en daar plekjes te voorzien voor darrencellen. In elke broedbak zitten 3 ramen met een strip, die ze natuurlijk vrijuit kunnen opbouwen.

Wat als de bijen uiteindelijk 4.9mm cellen kunnen uitbouwen?

Eenmaal de bijen de kleine celmaat kunnen bouwen, dan is het niet meer nodig om met waswafels te werken, dan kunnen de bijen zelf hun ramen uitbouwen met de celmaat en vorm die ze zelf verkiezen.


Een misvattingen over kleine cellen: zit ik op kleine cellen als ik oude ramen gebruik?

Na verschillende broedcycli worden de ramen bruin of zelfs zwart. De inhoud van de cellen verkleint door het herhaaldelijk aan poetsen en aanbrengen van een nieuw laagje met oa propolis. Michael Rubinigg meette dat een cel met doormeter van 5,4mm na 14 broedgeneraties nog maar 5,2mm doormeter had. Vergis u niet, daarover gaat het niet bij de kleine cellen methode. Deze methode heet: “imkeren op oude cellen” en gaat niet de positieve gevolgen hebben die je met kleinere cellen gaat hebben omdat de bijen niet de voordelen van het compacte broednest ervaren.

Eigenlijk had Dee Lusby deze methode beter ‘imkeren met een compacte broednest’ genoemd, waarvan de kleine cellen een gevolg zijn eerder dan een oorzaak. Dit zou waarschijnlijk op heel wat minder weerstand gebotst zijn.

Toch 1 voordeel van die pikzwarte raten.

Het overbrengen van een bijenvolk van 5,4mm cellen naar 4,9mm cellen gebeurt via een tussenmaat, namelijk waswafels met een celmaat van 5,1mm. Het probleem is dat ‘grote’ bijen moeilijk ‘kleine’ cellen kunnen bouwen. En soms lukt ze het zelfs niet om die tussenmaat op te bouwen. Als je echter de bijen een jaar laat zitten op hun grote celmaat, dan kunnen die een jaar later wel die tussenmaat van 5,1 mm waswafels uitbouwen, waarschijnlijk door de iets kleinere celmaat.

Date/time:
Categories: kleine cellen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *