Natuurlijker imkeren: mijn bedrijfsmethode

weer een zwerm in mijn zwerm lokkast

“Bedrijfsmethode?”

Ouch! Wat een titel! “Mijn bedrijfsmethode?!?!”

Allereerst, ik heb geen bedrijf, maar eerder een hobby of een passie.

En ten tweede, het is geen methode, maar een samenraapsel van manieren om over te schakelen naar het houden van bijen zonder behandelingen tegen varroa, gebaseerd op het urenlang bestuderen van volkjes in de natuur die niet sterven, en eerlijk gestolen uit publicaties van wetenschappers die bijen met survivor spirit tegen het licht houden…

Je begrijpt het, de titel zou luiden: “Natuurlijker imkeren: gestolen samenraapsels”… niet echt uitnodigend om verder te lezen.

“De prijs: hogere wintersterfte”

De laatste 5 jaar heb ik wintersterfte die hoger ligt dan het Vlaamse gemiddelde.

Mijn wintersterfte is hoger dan het Vlaams gemiddelde. De sterfte van 21-22 vermeldde ik reeds hier.

Inderdaad, als je stopt met behandelen, dan heb je hogere wintersterfte, althans bij mij toch. In verschillende volkjes stijgt het aantal varroa’s dat op de bodemplank valt fenomenaal en deze volken sterven… meestal voorafgegaan door een zichtbaar aantal bijen met verkreukelde vleugels voor de kast. Maar er zijn er die blijven leven, en daar neem ik natuurlijk afleggers van. En gelukkig vang ik jaarlijks ongeveer 3 zwermen in mijn zwermlokkasten die rondom verspreid hangen. Zo kan ik winterverliezen voor een stuk compenseren. Het goede nieuws is dit: als je niet behandelt, dan blijft er toch een goed aantal volken leven. En deze bijen vertonen (hopelijk) meer en meer eigenschappen dat ze de varroa aankunnen. En ondertussen maken mijn bijen geen virulente mijten.

1 Broedbak en 1 Honinghoogsel

Een zwerm ontsnapt en neemt zijn intrek in een holle boom, een spouw, een dak… en het heeft schijnbaar geen enkele last van parasieten want het volkje gedijt uitermate goed als de imker er niet aan kan. Hoe kan dat toch? Wat is er dan anders aan een holle boom dan een bijenkast dat het verschil tussen leven en dood betekent voor het volk?

Mijn volken overwinteren op 1 broedbak. In de lente, meestal een weekje of 4 na de andere imkers gaat de honingzolder erop. Dat is een simplex broedbak. Ja, inderdaad, mijn volken zijn over het algemeen niet zodanig groot zodat de bijen met de eerste kersenbloei nog volop aan het groeien zijn.

Half juni zit die honingzolder propvol en die wordt dan geoogst ergens eind juni. Eerder uitzonderlijk gaat er een 2de honingzolder op bij een heel sterk volk. Gemiddeld oogst ik 17 kg per volk en dit is de laatste jaren stabiel.

1 broedbak 1 honinghoogsel
1 broedbak 1 honinghoogsel

Wat gebeurt er nu? Die haalbij komt eind juni met een volle lading lindennectar waggelend en onhandig aangevlogen. Maar de broedbak zit vol met honing en de andere cellen worden in het volk gebruikt om broed groot te brengen. Die haalbij wordt van haar lading niet verlost en moet uiteindelijk zelf een plek gaan zoeken om haar buit op te slaan. Moeilijk, want alles zit propvol, nergens een plaatsje vrij! Natuurlijk passen die werksters hun gedrag aan en gaan de dag erna niet massaal uitvliegen om nectar te halen. Maar wat doen ze dan wel? Poetsen natuurlijk!

Haaldrift kunstmatig opgewekt

De haaldrift wordt door de imker kunstmatig opgewekt door een lege honingzolder bovenaan te plaatsen. De wintervoorraad veilig stellen is de eerste prioriteit en de bijen laten andere taken vallen om eerst die honingzolder vol te krijgen. Maar andersom werkt het ook, wanneer de bijen duidelijk vaststellen dat er genoeg voorraad is, dan verandert het gedrag. Dit kan je trouwens duidelijk herkennen. Deze bijen worden plots rustig en vliegen veel minder af en aan. Voor het vlieggat staat een groter aantal bijen de wacht te houden en de aankomende haalbijen hebben meer moeite om voorbij de meute te geraken. En de mijten vallen op de bodemplank. En de mijten die nog leven vinden moeilijker een broedplek, want dit is immers een natuurlijke manier van broedbeperking doordat het aanwezige wintervoer onder de vorm van honing het aantal broedcellen beperkt.

Varroa Verhuizen

In de zomer zit 80% van de varroa in het broed. Daarom neem ik van elk volk een broedaflegger. Alle ramen met gesloten broed worden uit de broedbak genomen en in een aflegger geplaatst naar een andere locatie gebracht . In de oorspronkelijke volken is er dus geen gesloten broed meer aanwezig. Alle varroa zitten op de bijen en vallen in grote getale op de bodemplank. In de plaats van de weggenomen broedramen komen uitgebouwde ramen en enkele waswafels. De wasklieren die in gang schieten duwen de varroamijten vantussen de schubben van de onderbuiken van de bijen.

afleggers naar een andere locatie
afleggers naar een andere locatie

De afleggers zelf zijn na 24 dagen broedloos en naargelang de mijtenval in het oorspronkelijke volk kunnen deze afleggers indien nodig behandeld worden tegen varroa. Grote verschillen elk jaar. In de ene aflegger al bij al 200 mijten en bij de andere 2000 (dit wil dus zeggen dat er in het oorspronkelijke volk respectievelijk 50 en 500 mijten aanwezig waren op het moment van het maken van de aflegger).

De volkjes met de meeste mijten worden ofwel besproeid met oxaalzuur ofwel bedruppeld met VarroMed, voornamelijk om te voorkomen dat deze volkjes de andere volken zouden besmetten wanneer de bijen van een stervend volk zich binnenbedelen bij een naburig volk met een aantal mijten op de rug. Mijn ervaring leert dat nu reeds duidelijk is welke volkjes de winter niet halen. Een volk met 2000 mijten op de bodemplank gaat meestal heel verzwakt de winter in.

Van de allerbeste volkjes, die schijnbaar goed de varroa te baas kunnen, neem ik geen afleggers meer als varroa behandeling. Eigenlijk is dit een eenvoudige variante op de Darwinian Black Box selectiemethode die een aantal jaar geleden door Tjeerd Blacquière e.a. is gepubliceerd, waarbij ik niet van 1 naar 4 volkjes ga, maar van 1 naar 2, gewoonweg uit praktische overwegingen. Ik zou niet weten waar ik 40 kastjes kwijt geraak.

Eigen honing eerst!

De bijen overwinteren dus op hun eigen (linden)honing. Toegegeven, tijdens de hittegolven daalt het gewicht van de bijenkasten in augustus en september spectaculair omdat er nergens nectar te vinden is. Dan zit er niets anders op dan suikerwater te voederen, maar dat probeer ik te vermijden. Veel te lastig om het voorjaar erop dit te scheiden van de honingramen.

Nog vreemd gedrag gezien?

Ik vermeldde het al, de bijen schijnen de volle honingramen wel te appreciëren. Ze zijn in vergelijking met gewone productievolken en de afleggers veel rustiger. Er wordt in de zomer duidelijk minder af en aan gevlogen. Gedrag dat je ook bij de bijen in de bomen merkt.

Maar begin oktober zijn deze bijen reeds broedvrij, tamelijk vroeg dus. Terwijl imkercollega’s me regelmatig berichten dat hun bijen zelfs heel de winter door in het broed zitten, voelen mijn volkjes ‘koud’ aan van midden oktober tot midden februari. 4 Maanden moeten die varroamijten blijven hangen aan die bijen en kunnen ze zich niet voortplanten! Dagelijks vallen ze op de bodemplank, met een duidelijke piek in november. Gemiddeld 5 à 10 per dag, om in december terug te vallen op 1 per dag of minder.

En o ja, de bijen zitten op kleine cellen heel dicht op elkaar. Met 12 ramen in een broedbak die normaal voorzien is voor 11 ramen. De meeste imkers die op kleine cellen imkeren, ervaren een lagere mijtenbelasting.

Zou het kunnen?

Zou het kunnen dat de imkermethode een grotere impact heeft dan aangenomen op de sterftecijfers van de honingbijen? Zou het kunnen dat een aangepaste methode met een lagere honingoogst een sleutel kan zijn om minder of niet te behandelen? Ik ben ervan overtuigd! De bijen tonen het ons door prima te gedijen in hun holle bomen, waar ze na de lentedracht overstappen op andere taken die het evenwicht herstelt waardoor ze parasieten aankunnen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Natuurlijk Imkeren.

coverfoto: Weer een zwerm in de zwerm lokkast – foto door Katrien Berckmoes

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *